Zakaat over gouden sieraden betalen

Vraag: Ik wil u vragen om mij en andere moslims te vertellen over de Zakaat (d.w.z. de verplichte liefdadigheid) dat verschuldigd is op gouden en zilveren sieraden die bedoeld zijn als gebruik voor versiering en niet als een investering. Sommige mensen zeggen dat er geen Zakaat verplicht is op zilveren en gouden sieraden die bedoeld zijn voor het dragen ervan, terwijl andere zeggen dat het wel verplicht is ongeacht ze bedoeld zijn om gedragen te worden voor de sier of als investering. Zij beweren dat de overleveringen (Hadieth) over de verplichting van Zakaat over sieraden die bedoeld zijn om gedragen te worden, sterker zijn dan de overleveringen waarin bepaald wordt dat er geen Zakaat verschuldigd is. Stuur mij een duidelijke schriftelijke Fatwa, en moge Allah u belonen voor het in dienst zijn van de islam en moslims.

Antwoord:

De moslim geleerden zijn het eens over de verplichting van Zakaat op gouden en zilveren sieraden die niet gedragen worden, of (sieraden die) gekocht zijn voor de handel of dergelijke doeleinden. Maar als het om sieraden gaat die als versiering gedragen of verhuurd worden, zoals zilveren ringen of vrouwen sieraden of toegestane decoratieve wapens, verschillen de geleerden in mening over de verplichting van de Zakaat hierop. De meningen zijn als volgt onderverdeeld:

1. De mening die zegt dat het verplicht is
Sommige geleerden zijn van mening dat Zakaat verplicht is voor sieraden die als versiering gebruikt worden, zoals Allah zegt:

“En zij die het goud en het zilver oppotten en dit niet besteden op de Weg van Allah; verkondig hen over een pijnlijke bestraffing.” (Soerat At-Tawbah: 34)

Al-Qortoebi zij in zijn uitleg van dit vers:
“Ibn Oemar legde de betekenis van dit vers in de authentieke Hadieth boek van Al-Boekhaarie, toen een bedoeïen hem een keer vroeg over deze woorden van Allah:
“En zij die het goud en het zilver oppotten [Al-Kanz: het geld, de Zakaat dat niet betaald is]. (Soerat At-Taubah, vers 34),

Ibn Oemar zei: “Dit vers waarschuwt degene die zilver en goud oppotten zonder Zakaat erover te betalen, aangezien dit (de genoemde vers) er al was voordat (de vers over) Zakaat geopenbaard werd, en wanneer het werd geopenbaard heeft Allah het als reiniging voor de bezittingen gemaakt.”

Vele overleveringen zijn overgeleverd met hetzelfde verband zoals de Hadieth overgeleverd door Abou Daawoed, An-Nasa’ie en At-Tirmidhi, van Amr Ibn Shoe’aib die verhaalde van zijn vader, die het vertelde van zijn grootvader zeggende:
“Een vrouw kwam naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en haar dochter was met haar. Op de pols van haar dochter waren twee zware gouden armbanden. Hij zei tegen haar: ‘Heb je de Zakat erover betaald?’ Ze zei: ‘Nee.’ Toen zei hij: ‘Zul je op je gemak zijn als Allah twee armbanden van vuur rond jje polsen zet op de Dag der Opstanding?’ Ze nam ze af en gaf ze aan de Profeet (vrede zij met hem) en zei: ‘Ze zijn voor Allah en Zijn Boodschapper.” [dit werd ook overgeleverd door Abou Dawoed in zijn Sunan]

Het is overgeleverd door al-Hakim in zijn ‘Moestadrak’, Al-Daraqotnie en Al-Bayhaqie in hun ‘Soenan’, op gezag van ‘Aa'ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) die zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) kwam naar me toe en zag mij zilveren ringen dragen en hij vroeg: ‘Wat is dit, o ‘Aa'ishah?’ Ik antwoordde: ‘Ik heb ze gemaakt om mezelf voor jou te sieren, O Boodschapper van Allah!’ Hij zei: ‘Heb je de Zakat erover betaald?’ Ik zei: ‘Nee’, of: ‘Wat Allah wil.’ Toen zei hij: ‘Hij zal je ervoor laten betalen in het Vuur."

Het was ook overgeleverd dat Oem Salamah zei: 'Ik droeg gewoonlijk gouden sieraden.’ Ik vroeg: ‘O Boodschapper van Allah!’ is dit een schat?’ Hij antwoordde: ‘Alles wat een bedrag bereikt waarover Zakaat verschuldigd is, is niet een schat wanneer de Zakat (ervoor) betaald is.” (overgeleverd door Aboe Dawoed)

2. De mening die zegt dat het niet-verplicht is
Aboe Oebaid zei in zijn boek ‘Al-Amwaal’: “Ismail Ibn Ibrahim overleverde van Ayoub, van Nafi’, dat Ibn Oemar zijn dochters met hun huwelijkskandidaten liet trouwen voor een bruidsshat van 10.000 dinars, inclusief 4000 dinars aan sieraden. Zij betaalden geen Zakat hierover.” (Aboe Oebaid, al-Amwaal, blz. 540)

Verder zei Aboe Oebaid dat Ismail Ibn Ibrahim overleverde van Ayoeb dat Amr Ibn Dinar zei: “Wanneer Jabir Ibn Abdoellah gevraagd werd; is er Zakat op sieraden?’ antwoordde hij: ‘Nee.’ Hij werd gevraagd: ‘Zelfs als de waarde ervan meer dan 10.000 dinar is?’ Jabir zei: ‘Zelfs als de waarde meer dan dat is.” (Aboe Oebaid, al-Amwaal, blz. 540)

In antwoord op de overlevering over de verplichting om Zakaat te betalen op sieraden; sommige geleerden zeggen dat hun keten van overleveraars (van de overlevering) zwak (da’ief) zijn en ze kunnen niet worden gebruikt. Ibn Hazm zei in zijn boek ‘Al-Moehalla’: “Dit zijn zwakke overleveringen die niet mogen worden gebruikt.”

Al-Tirmidhi zei na het vertellen van de eerder genoemde Hadieth overgeleverd door `Amr ibn Shoe’aib van zijn vader (die het verhaalde) van zijn grootvader die zei: “Er is niets in dit hoofdstuk authentiek van de Profeet (vrede zij met hem) overgeleverd.” Ibn Badr Al-Mawsilie gaf commentaar in zijn boek ‘Al-Moeghnie ‘an Al-Hifdh wal-Kitaab,’ dat er niets authentiek is in het hoofdstuk "Zakaat over sieraden" en zei: “Er is niets in dit hoofdstuk authentiek van de Profeet (vrede zij met met hem) overgeleverd.”

Al-Shawkanie gaf als commentaar in zijn boek ‘Al-Sayl Al-Jarraar’ op (het boek) “Al-Moeghnie 'an Al-Hifdh wal-Kitaab" door te zeggen: “Geen authentieke Hadieth was overgeleverd aangaande Zakaat over sieraden.
Sommige geleerden geloven dat de Zakaat verplicht is als het (de sieraden) niet gebruikt wordt.

3. De aanbevolen mening
De aanbevolen mening over deze kwestie is dat Zakaat verplicht is voor sieraden als zij de Nisab (het minimum bedrag waarover Zakaat verschuldigd is) bereiken, of wanneer dit gebeurt in combinatie met andere zilver, goud, of andere commerciële goederen die men bezit, zoals vele overleveringen een algemene verplichting tonen om Zakaat te betalen op zilver en goud en er is niets specifiek voor zover we weten. Ook de eerder genoemde overleveringen overgeleverd door 'Abdoellah Ibn Amr Ibn Al-'Aas, `Aa'isha, en Oem Salama hebben goede ketens van overleveraars en correcte teksten, dus er moet ernaar gehandeld worden.

Wat Al-Tirmidhi, Ibn Hazm en Al-Mawsilie betreft, zij vonden deze overleveringen als zwak en dit is onjuist voor zover we weten. Al-Tirmidhi (moge Allah genadig zijn met hem) is vrijgesteld voor zijn mening, omdat hij de overlevering meldde overgeleverd door 'Abdoellah Ibn Amr door zwakke bronnen. Maar Aboe Dawoed, Al-Nasa'ie, en Ibn Maadjah hebben een andere versie van deze Hadieth overgeleverd en die is wel authentiek. Wellicht dat Al-Tirmidhi deze versie niet kende.

En het succes komt van Allah. Moge Allah’s vrede en zegeningen zijn met onze profeet Mohammed, zijn familie en metgezellen.

Permanente Commissie voor Wetenschappelijk Onderzoek en Oordelen:
Voorzitter - Sheikh Abdoelaziez Ibn Abdellaah Ibn Baaz
Co-voorzitter - Sheikh Abdoel-Razzaq `Afify
Lid – Sheikh Abdoellah Ibn Qa’oed
Lid - Sheikh Abdoellah Ibn Ghoedayyaan
Bron: alifta.com 

Zakaat over lening betalen

Vraag:

Ik heb 300.000 riyal geleend van het vastgoed-ontwikkelings-fonds om mijn huis waar mijn familie en ik wonen te herbouwen. Omdat ik deels eigenaar ben van het gebouw, krijg ik wat geld van het huren ervan en betaal ik elke jaar de verplichte Zakaat over dit geld.

Kunt u duidelijk maken of ik de lening moet aftrekken van de hoeveelheid geld waarover ik Zakaat betaal, of dat de lening niet beschouwd wordt als een schuld en dus moet toevoegen aan de som (geld) waarover Zakaat verplicht is. Informeer mij wat ik moet doen om correct te handelen.

Antwoord:

De correcte mening van de islamitische geleerden is dat het niet relevant is voor de berekening van Zakaat; of het geld afkomstig is van een schuld of niet. De profeet (vrede zij met hem) gebruikte zijn vertegenwoordigers voor het verzamelen van de Zakaat en het schatten van de hoeveelheid fruit dat in Zakaat betaald moet worden, en hij beval hun niet om te bepalen of de mensen schulden hadden of niet.
Dus je dient Zakaat over jouw bezittingen te betalen, inclusief het geld dat je van de fonds geleend hebt.

En het succes komt van Allah. Moge Allah’s vrede en zegeningen zijn met onze profeet Mohammed, zijn familie en metgezellen.

Permanente Commissie voor Wetenschappelijk Onderzoek en Oordelen:
Voorzitter - Sheikh Abdoelaziez Ibn Abdoellaah Ibn Baaz
Lid - Sheikh Abdoel-Razzaq `Afify
Lid – Sheikh Abdoellah Ibn Qa’oed
Bron: alifta.com Fatwa’s Permanente Commissie,
eerste collectie, volume 9, pagina: 185. 

Vraag:

Wat is het oordeel over een man die getuigt dat er geen god het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah en het gebed verricht, maar geen Zakaat (d.w.z. de verplichte liefdadigheid) betaalt? Als deze persoon weigert om Zakaat te betalen, wordt het dodengebed voor hem verricht als hij sterft?

Antwoord:

Zakaat is één van de pilaren van de Islam en als iemand het opgeeft, ontkennend dat het verplicht is, dan dienen de regels (van Zakaat) aan hem te worden uitgelegd. Als hij echter nog steeds weigert om de Zakaat te betalen (en de verplichting ervan blijft ontkennen), wordt hij als een ongelovige beschouwd en na zijn dood mag het dodengebed voor hem niet verricht worden noch mag hij begraven worden in een islamitische begraafplaats.

Maar als iemand uit gierigheid afziet van het betalen van Zakaat terwijl hij gelooft dat het een religieuze verplichting is, dan zal hij een grote zonde begaan maar hij wordt niet beschouwd als een ongelovige. Als hij in dit geval sterft, dient zijn lichaam te worden gewassen en het dodengebed wordt voor hem verricht en Allah kan hem straffen of vergeven op de Dag des Oordeels.
En het succes komt van Allah. Moge Allahs vrede en zegeningen zijn met onze profeet Mohammed, zijn familie en metgezellen.

Permanente Commissie voor Wetenschappelijk Onderzoek en Oordelen:

Voorzitter - Sheikh Abdoelaziez Ibn Abdellaah Ibn Baaz
Lid - Sheikh Abdullah Ibn Ghoedayyan
Lid – Sheikh Abdoellah Ibn Qa’oed
Bron: alifta.com Fatwa’s Permanente Commissie, eerste collectie, volume 9, pagina: 185.