Wat is Islam - Deel 5: De Openbaring van de Islam

5.1 Openbaring van de Islam

De religie werd geopenbaard terwijl de Joden en Christenen in grote oppositie waren. De Joden stonden bekend om hun misbruik van hun profeten; zij doodden een aantal van hen en spraken onterecht kwaad over anderen, dus hoe zit het met de onfeilbare en de beste van Allah’s schepselen (Mohammed).

De Christenen gingen tot het uiterste in het aanbidden van Jezus, bewerend dat Allah de Verhevene deel uitmaakt van de drie-eenheid. Hierna werd de Islam geopenbaard om de waarheid te vestigen, valsheid teniet te doen, rechtvaardig en matig te zijn zonder overdrijving en nalatigheid. Allah de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis):

“Zo maakten Wij jullie (ware moslims; ware gelovigen van het Islamitische monotheïsme, ware volgers van de Profeet vrede zij met hem en zijn Soennah) tot een gematigd volk, opdat jullie getuigen zullen zijn voor de mensen en opdat de Boodschapper (Mohammed) een getuige zal zijn voor jullie.” (Soerat Al-Baqarah: 143)

Allah Geprezen is Hij, heeft de mensen van het Boek verboden en gewaarschuwd tegen overschrijding van de grenzen en waarschuwde deze gemeenschap tegen het volgen hun pad, zeggende (interpretatie van de betekenis):

“O Lieden van de Schrift, overdrijft niet in jullie godsdienst en zeg niets over Allah dan de Waarheid.” (Soerat An-Nisaa': 171)

Het is vermeld in de authentieke Hadieth boek van Al-Boekharie dat Omar Ibn ul-Khattab (moge Allah tevreden met hem zijn) overleverde dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Vereer mij niet zoals de Christenen ‘Iesa (Jezus) hebben vereerd, de zoon van Maryam (Maria). Voorwaar ik ben een dienaar dus noem mij de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper.”

Het is authentiek overgeleverd van Ibn ‘Abbaas (Moge Allah tevreden met beide zijn) dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Overschrijdt niet de grenzen in je geloof, want voorwaar degenen voor jullie waren vernietigd vanwege hun overdrijving in het geloof.” (Ibn Maadjah)

De profijten van de Islam zijn ontelbaar; hoe kan dit niet zo zijn terwijl de Islam de weg is van Allah Die alles weet, absolute wijsheid en onweerlegbare bewijs heeft. Hij is de Alwijze en de Alwetende in elke zaak, Hij beveelt en stelt wetten vast voor Zijn dienaren.

Onze Boodschapper (vrede zij met hem) heeft niets weggelaten in het uitnodigen naar het goede en het leiden van de moslims. En hij liet geen kwaad begaan of hij waarschuwde ertegen. Abdoellah ibn ‘Amr ibn ul-‘Aas (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Het is de plicht voor iedere Profeet die door Allah gestuurd is, om zijn volgelingen te leiden naar hetgeen dat hij wist dat goed voor hen was, en te waarschuwen tegen hetgeen dat hij wist dat slecht voor hen was.” (overgeleverd door Moslim)

Evenzo heeft Aboe Hoerayrah overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) zei:
“Ik ben gezonden om de nobele karakter eigenschappen te vervolmaken.”
(Authentiek verklaard in Moesnad van imam Ahmad)

Dezelfde overlevering is overgeleverd door Hafid Al-Khara’ty met een goede keten van overleveraars: “Ik ben gezonden om de morele gedragscode te vervolmaken.” (Moesnad van imam Ahmad)

Tot slot merken we op dat er vandaag de dag vele mensen inclusief ongelovigen, polytheisten en mensen van het Boek (Joden en Christenen) de islam binnen treden. Dit is inderdaad een indicatie van het falen van andere religies en filosofieën in het brengen van rust, vrede en geluk aan de mensen. Het is de plicht van moslims en vooral de predikers om hun activiteiten onder deze mensen uit te breiden waarbij ze hun uitnodigen naar de weg van Allah.

Maar alvorens dit te doen moeten we niet vergeten om ons aan de islam te houden middels kennis en deze kennis in praktijk te brengen (goede daden verrichten).
Waarlijk, de mensheid heeft dringende behoefte aan mensen die ze van de duisternis halen en brengen naar het licht. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En wiens woord is beter dan dat van hem die oproept tot Allah en die goede werken verricht, en die zegt: “Voorwaar ik behoor tot de Moslims.” (Soerat Al-Foessilaat: 33)

Moge Allah ons predikers van het goede maken, diepe kennis van ons geloof schenken en succes geven in het uitnodigen (van de mensen naar onze geloof). Voorwaar, Hij is de Heer van alles en de Almachtige. Moge Allah’s vrede en zegeningen zijn met Mohammed, zijn familie en de metgezellen.

 Introductie van de Islam en zijn profijten (Fatwas van Sheikh Ibn Baaz)
Bron: alifta.net